[redactie] Art valt in voor Helga tot half juli
Den Haag staat op 24 en 25 juni weer even in het middelpunt van de wereld. Ministers van Defensie, staatshoofden, NAVO-topmannen en hele bataljons veiligheidsdiensten landen in en rond het World Forum voor de NAVO-top van 2025. De stad presenteert zich dan opnieuw als ‘internationale stad van vrede en recht’. Maar laten we eens nuchter en filosofisch kijken: is het eigenlijk wel te rechtvaardigen dat Nederland, een klein land met een groot begrotingstekort en een nijpend personeelstekort bij politie en zorg, zo’n top organiseert?
Het is verleidelijk om je te laten meeslepen in de grandeur. Wie wil er niet even het middelpunt van geopolitieke besluitvorming zijn? Helikopters boven de stad, colonnes door de tunnels, beveiliging op elke hoek. De diplomatieke ambiance heeft iets meeslepends. Maar zodra je uitzoomt en de feiten op een rij zet, doemen ook de schaduwkanten op.
De verborgen kosten
De officiële kosten van de NAVO-top lopen in de tientallen miljoenen euro’s. En dat is exclusief wat we ‘verborgen kosten’ kunnen noemen. Denk aan de extra inzet van politie – duizenden agenten uit het hele land worden ingevlogen, terwijl op wijkniveau de bezetting al onder druk staat. Het veiligheidsapparaat draait op volle toeren, terwijl gewone bewoners klagen over wachttijden en afwezigheid van blauw op straat.
De binnenstad raakt deels onbereikbaar. Straten worden afgezet, trams omgeleid, bedrijven zien hun klanten wegblijven. Horeca rond het World Forum zucht onder de logistieke beperkingen, terwijl leveranciers dagenlang niet kunnen leveren. Vrijheid van beweging wordt tijdelijk opgeofferd aan veiligheid.
Bovendien is er iets ongemakkelijks aan het spektakel van een NAVO-top in een stad die zich juist afficheert als vredesstad. Want de NAVO is geen vredesorganisatie in klassieke zin. Ze is een militaire alliantie, ontstaan uit dreiging, gericht op machtsevenwicht en afschrikking. Dat is legitiem in een onzekere wereld – laten we daar niet naïef in zijn – maar het wringt met de idealen die op de gevel van het Vredespaleis staan: dialoog, ontwapening, internationale rechtsorde.
Het morele vraagstuk
De fundamentele vraag is: voor wie doen we dit eigenlijk? Natuurlijk zegt de overheid: voor de internationale veiligheid, voor onze positie in het bondgenootschap, voor het belang van Nederland. Maar welk Nederland bedoelen we dan? De burger op straat die drie kwartier wacht op een wijkagent? De ondernemer die dagen omzet mist? Of de ambtenaar die moet uitleggen waarom de jeugdzorg wéér geen geld krijgt?
Als filosoof stel ik graag de Socratische vraag: kunnen we dat belang ook op een andere manier dienen, tegen minder maatschappelijke kosten? Kunnen we bijvoorbeeld de bijdrage aan internationale veiligheid niet versterken via diplomatie, vredesmissies, preventieve inzet op klimaat en cyberveiligheid, in plaats van militaire topconferenties?
Ook Rousseau zou zijn wenkbrauwen fronsen. De sociale contracttheorie stelt dat de staat er is om het algemeen belang te dienen, in ruil voor een stukje individuele vrijheid. Maar hier wordt veel opgeofferd – veiligheid, bereikbaarheid, geld – en het algemeen nut blijft vaag. Of beter gezegd: het nut is vooral symbolisch.
De winstpunten: status en invloed
Toch zou het kortzichtig zijn alleen maar op de kosten te wijzen. De NAVO-top in Den Haag levert ook iets op. Diplomatiek aanzien, bijvoorbeeld. Nederland presenteert zich als betrouwbare partner, als veilige en stabiele democratie. Die reputatie is belangrijk – voor onze positie binnen de NAVO, maar ook economisch. Grote internationale bedrijven en organisaties vestigen zich liever in een land dat aan de juiste tafels zit.
Daarnaast versterkt de top de rol van Den Haag als centrum van internationale samenwerking. Voor een stad die al 125 jaar vrede en recht ademt – van het Vredespaleis tot het Internationaal Strafhof – is deze rol niet alleen symbolisch, maar ook strategisch. Het levert banen op, kennis, invloed. Niet tastbaar op korte termijn, maar wel van waarde op de lange termijn.
Ook mag niet onderschat worden dat ontmoetingen op dit niveau bijdragen aan onderling vertrouwen. In een wereld waarin conflicten op scherp staan – Oekraïne, Taiwan, het Midden-Oosten – is het van onschatbare waarde dat leiders elkaar in de ogen kijken, buiten het formalisme van Zoom of verklaringen.
Wat kunnen we hiervan leren?
Een NAVO-top in Den Haag is dus zowel een kostenpost als een investering. De vraag is niet óf die spanning er is, maar hoe we er als samenleving mee omgaan. Wat mij betreft kan dat beter. Te beginnen met transparantie. Laat als overheid zien wat de afwegingen zijn. Niet alleen: ‘Het is goed voor Nederland’, maar ook: ‘Dit kost het, dit zijn de risico’s, dit is wat u ervoor terugkrijgt.’
Daarnaast is er meer inlevingsvermogen nodig richting de inwoners van Den Haag. Organiseer inspraak, communiceer ruim op tijd over verkeershinder en veiligheidsmaatregelen. En denk aan compensatie voor ondernemers die verlies lijden. Als we gastvrij willen zijn, moeten we ook eerlijk delen in lasten én baten.
Tot slot: de paradox van vrede
Het blijft een paradox. Een militaire top in een stad van vrede. Maar misschien is het juist deze spanning die Den Haag zo uniek maakt. De stad waar oorlog en vrede elkaar ontmoeten. Waar recht en macht samenkomen in de wandelgangen van diplomatie.
Laat de NAVO-top dan een aanleiding zijn om dat gesprek breder te voeren. Niet alleen over tanks en dreiging, maar ook over hoe we vrede definiëren. Niet als de afwezigheid van oorlog, maar als de aanwezigheid van gerechtigheid, dialoog en menselijke waardigheid.
Vrede is geen vanzelfsprekendheid. Het vraagt offers, keuzes, debat. De NAVO-top stelt ons voor die vragen. Laten we die niet uit de weg gaan, maar juist omarmen – in het volle daglicht van een stad die al 125 jaar durft te denken over wat rechtvaardigheid werkelijk betekent.
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 167 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU
