[Redactie: We hebben Ko gevraagd of hij het ziet zitten om meerdere thema’s op het terrein van lokale politiek uit te werken. Hij heeft de uitdaging aangenomen. Dit is de eerste.

Lokale politiek wordt vaak neergezet als het kleine broertje van de landelijke politiek. Alsof het gaat om een soort oefenwedstrijdje voor het echte werk in Den Haag. Maar wie dat denkt, begrijpt niet waar het om draait. Lokale politiek is geen bijzaak, geen voetnoot. Het is mensenwerk in de meest letterlijke zin. Het gaat over de dagelijkse belangen van de man in de straat, jouw buurman, jouw kinderen, jouw ouders. Over de stoep die te smal is voor een kinderwagen, de lantaarnpaal die al weken niet brandt, de speeltuin die verloederd is, of de vergunning die maar niet wordt afgegeven.

Juist daarom doet het pijn om te zien hoe vaak lokale afdelingen van landelijke partijen zich laten knechten door de mores van hun Haagse moederschip. De kleur, de koers en de toon worden landelijk bepaald, waarna lokale politici zich er braaf naar schikken. Niet omdat ze het altijd inhoudelijk eens zijn, maar omdat het partijbelang nu eenmaal zwaarder weegt dan het belang van de eigen stad.

Dat merk je als er hete hangijzers spelen. Dan blijkt dat raadsleden zich niet vrij voelen om te stemmen naar de wens van hun achterban, maar stemmen naar de partijlijn. En die partijlijn? Die wordt vaak bepaald door mensen die onze stad alleen kennen van de afslag op de snelweg.

Daar komt nog iets bij: het steeds vaker benoemen van wethouders die een loopbaan hebben (gehad) op landelijk niveau. Op papier lijkt dat een gouden greep. Ze hebben ervaring, kennen het politieke spel, beschikken over een netwerk in Den Haag. Maar in de praktijk werkt het vaak averechts.

Waarom? Omdat zij vooral denken in processen, protocollen en meerjarenplannen – precies zoals ze dat in hun landelijke carrière hebben geleerd. Dat klinkt misschien professioneel, maar het betekent vaak ook dat ze de directe voeling met de stad missen. De problemen van de man in de straat passen niet in een beleidsnota van 48 pagina’s.

Paradox

Er is een paradox die ik steeds zie terugkomen: mensen met een “helicopter view” kijken over het geheel, maar zien daardoor de details op de grond over het hoofd. Ze zien de stad als een kaart, niet als een buurt waar iemand zijn hond uitlaat en struikelt over een kapotte stoeptegel. Ze denken in doelstellingen voor 2030, terwijl de burger zich afvraagt waarom de straatverlichting het vanavond weer niet doet.

Een wethouder die jarenlang in Den Haag heeft rondgelopen, is gewend aan het spel van compromissen, coalitiedeals en politieke strategie. Maar lokale politiek is geen spel. Hier gaat het om het oplossen van een acuut parkeerprobleem in een wijk. Om het regelen van veilige oversteekplaatsen bij scholen. Om het opruimen van zwerfvuil voordat de ratten er hun intrek nemen.

Haagse wereldje

Ik heb in de afgelopen jaren te vaak gezien dat wethouders met een Haagse achtergrond zich laten afleiden door onderwerpen die politiek interessant zijn, maar voor de gewone Maassluizer (of inwoner van welke stad dan ook) geen prioriteit hebben. Het is een soort beroepsdeformatie: als je jarenlang hebt meegepraat over stikstofnormen of de energietransitie in abstracte zin, dan voelt het misschien klein om je bezig te houden met een losliggende stoeptegel. Maar voor de burger is die stoeptegel juist het verschil tussen politiek die werkt en politiek die faalt.

En dat is precies waarom lokale politiek mensenwerk moet zijn. Geen spreadsheetwerk. Geen ver-van-mijn-bed-strategie. Het draait om luisteren, kijken, handelen. Om de moed hebben om tegen je partij in te gaan als dat beter is voor de stad.

Maar, en hier komt het wrange: veel partijen denken dat ze bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 zullen scoren door bekende namen naar voren te schuiven. Namen van mensen die hun sporen “in Den Haag” hebben verdiend. Het is een marketingtruc: een ervaren bestuurder met een indrukwekkend cv moet vertrouwen uitstralen. Maar voor wie kijkt naar wat onze stad écht nodig heeft, is het een rode vlag.

Want wat heb je aan een wethouder met landelijke ervaring, als die niet doorheeft dat er in jouw wijk al maanden overlast is van hangjongeren? Wat heb je aan een bestuurder die perfect weet hoe je een raadsvoorstel door de molen van commissies en fracties haalt, maar geen idee heeft hoe je in gesprek gaat met bewoners over een afgesloten speelplein?

Als kiezer moeten we in 2026 slimmer – en wijzer – zijn dan de partijen die denken ons met dit soort kandidaten te verleiden. We moeten door het cv heen kijken. Niet vragen: “Wat heeft deze persoon bereikt in Den Haag?” maar: “Wat heeft deze persoon de afgelopen jaren voor míjn stad gedaan?”

Mijn advies is eenvoudig, maar niet gemakkelijk: stem niet op basis van naam, partij of landelijke reputatie. Stem op basis van voeling hebben met de stad Wie kent de buurten? Wie spreekt de taal van de bewoners? Wie komt kijken als er een probleem is, zonder eerst een agenda te raadplegen?

En misschien nog belangrijker: wie durft nee te zeggen tegen de eigen partij als de belangen van de stad dat vereisen?

Want laten we wel wezen: lokale politiek moet niet de verlengde arm van Den Haag zijn. Het moet de eerste verdedigingslinie van de burger zijn. De plek waar problemen worden gesignaleerd, besproken en opgelost, zonder dat ze eerst door drie lagen partijbureaucratie hoeven.

Dus, als we straks in het stemhokje staan, laten we dan niet blindvaren op bekende gezichten en grote namen. Laten we kiezen voor mensen die weten hoe de stad ruikt na een regenbui, die weten hoe het klinkt als kinderen weer veilig buiten spelen, die begrijpen hoe frustrerend het is als je na drie telefoontjes naar de gemeente nog steeds geen antwoord hebt op een simpele vraag.

Lokale politiek is mensenwerk. En mensenwerk vraagt om mensen die luisteren, kijken, en doen. Geen helikopterpiloten die alleen het grote plaatje zien, maar voetgangers die weten waar de kuilen in de weg zitten.

Maart 2026 is dichterbij dan we denken. Dit is onze kans om een raad te kiezen die écht van ons is. Laten we hem grijpen.

De eerstvolgende column: “De stille revolutie van de ambtenaar”

Klik voor de definitie van een column
  Een column is géén nieuwsartikel. Wat is het wel? Onderstaande maakt duidelijk dat je een column moet begrijpen door niet alleen de woorden tot je te nemen, maar door te bedenken welke  boodschap de columnist – mogelijk tussen de regels door –  aan de lezers geeft. Begrijp je de boodschap? Zie je wat de schrijver bedoelt? Daar kan ieder individu wat van vinden. Als het een eigen pijnplek is, kan de lezer de aanvechting hebben om helemaal erin mee te gaan of er volledig tegenin te gaan. Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
  • Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia

Reageren? … Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum] NB Uw reactie is pas zichtbaar nadat de moderator (controle t.o.v. algemeen fatsoen) deze heeft geakkordeerd.

◄ klik voor Publicatieschema columnisten

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 262 lezers



Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ko Wittevlo

Ko Wittevlo

KO WITTEVLO | (Inval)columnist per 12-2022 | Pensionado. Ik neem het leven zoals het zich aandient | Als iets mij te zeer raakt, schiet ik verbaal wel eens uit mijn slof, Neem mij vooral niet kwalijk en geef eens een reactie |

1 Reactie

  1. Ton
    3 augustus 2025 at 15:21

    * “Ik zweer (beloof) dat ik de plichten die mijn ambt mij oplegt getrouw zal vervullen”*
    Waarschijnlijk maar vaak tot meestal; niet.