Wat er mis is met de locale politiek (5 van 7)
Het is een bekend fenomeen in de lokale politiek: vlak voor de verkiezingen schieten de zichtbare projecten als paddenstoelen uit de grond. Nieuwe speeltuinen, fleurige bloembakken, extra bankjes in het park. Op het oog sympathiek — wie is er nu tegen een mooie buurt? — maar vaak is het vooral slimme timing.
Ik noem het de wipkip-politiek. Een nieuwe wipkip in de speeltuin is snel geregeld, goedkoop in verhouding tot grote projecten, en levert direct blije foto’s op voor in de lokale krant. Hetzelfde geldt voor bloemperken, opknapbeurten van pleinen of een nieuwe bank bij het wandelpad.
Het probleem is niet dat deze dingen gebeuren. Het probleem is dat ze vaak dienen als afleidingsmanoeuvre voor wat níet gebeurt. Terwijl het geld en de aandacht gaan naar zichtbare symbolen, blijven structurele problemen liggen: woningnood, verkeersveiligheid, zwerfafval, onderhoud van wegen, of handhaving van regels.
Een wethouder kan trots vertellen dat “er veel is geïnvesteerd in de leefbaarheid”, maar als dat vooral wipkippen en bloembakken zijn, dan is dat leefbaarheid in cosmetische zin. Het oogt beter, maar de fundamenten blijven zwak.
Bovendien leidt dit tot een rare prioriteitenstrijd in de raad. Omdat zichtbare projecten populair zijn, schuiven partijen elkaar graag naar voren als initiatiefnemer. Niemand wil immers kiezersverlies riskeren door tegen een speeltuin of bloemperk te stemmen. En zo verdwijnen de lastige dossiers naar de achtergrond, omdat daar geen lintjes bij te knippen zijn.
De burger heeft het vaak sneller door dan de politiek denkt. Ja, men is blij met een opgeknapt parkje. Maar men vraagt zich ook af waarom het fietspad nog steeds vol gaten zit, of waarom het wijkcentrum zijn deuren heeft moeten sluiten wegens bezuinigingen.
De oplossing? Lokale politiek moet structureel durven investeren in zaken die minder zichtbaar zijn, maar meer impact hebben. Zoals degelijk onderhoud, goede jeugdzorg, of het oplossen van onveilige kruispunten. Dat levert misschien minder mooie foto’s op, maar het draagt wel bij aan het echte welzijn van de stad.
En als kiezer in 2026? Kijk door de wipkip heen. Vraag je af wat er is gedaan aan de grote problemen in jouw stad, niet alleen aan de zichtbare franje. Want politiek moet meer zijn dan het vullen van fotolijsten — het moet het bouwen aan een stad die ook op de lange termijn werkt.
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 215 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU
