Liegen wordt vaak gezien als een moreel probleem. Iemand spreekt de waarheid niet, dus volgt al snel een oordeel: onbetrouwbaar, manipulatief, oneerlijk. Maar in de psychologie ligt dat genuanceerder. Niet elke leugen ontstaat uit kwaadwillendheid. Soms is liegen geen zorgvuldig plan, maar een aangeleerd patroon — een automatische reactie die ooit bescherming bood, maar later een gevangenis wordt.
Ik denk aan een fictieve casus van Mark, 34 jaar. Op papier functioneert hij redelijk: werk, sociale contacten, een relatie die steeds weer op breken staat. Toch is zijn reputatie duidelijk. Collega’s noemen hem “all over the place.” Zijn vriendin zegt: “Ik weet nooit of ik hem serieus moet nemen.” Familieleden vertrouwen afspraken pas als iemand anders ze bevestigt.
Mark liegt niet groots of crimineel. Zijn leugens zijn klein, impulsief en vaak onnodig. Hij zegt dat hij onderweg is terwijl hij nog thuis zit. Hij beweert dat hij een mail heeft verstuurd die hij vergeten is. Hij vertelt vrienden dat hij druk was met werk, terwijl hij simpelweg geen zin had om af te spreken. Soms liegt hij zelfs over zaken waar de waarheid hem nauwelijks schade zou opleveren.
Wanneer hij erop wordt aangesproken, lijkt hij oprecht verbaasd. Alsof hij de ernst niet ziet. Zijn verdediging is vaak: “Ik wilde gedoe voorkomen” of “Ik dacht er niet eens over na.”
En precies daar zit de psychologische kern.
Liegen als overlevingsstrategie
Veel impulsief liegen ontstaat niet uit berekening, maar uit vermijding. In de jeugd leren sommige kinderen dat eerlijkheid spanning oplevert: straf, afwijzing, conflict of schaamte. Een kleine leugen wordt dan een snelle uitweg. Niet omdat het kind slecht is, maar omdat het brein efficiënt leert: dit voorkomt pijn.
Wanneer dat patroon vaak genoeg wordt herhaald, wordt liegen bijna reflexmatig. Niet eerst denken en dan kiezen, maar direct reageren. De waarheid wordt iets wat later eventueel nog rechtgezet kan worden.
Wil Durant (1926) schreef dat de filosoof Aristoteles zou hebben gezegd dat karakter ontstaat door herhaling: “We zijn wat we herhaaldelijk doen. Uitmuntendheid is dan ook geen daad, maar een gewoonte.” Dat geldt ook voor oneerlijkheid. Een leugen is een handeling; structureel liegen wordt een identiteit.
Psychologie en psychiatrie
Vanuit de psychologie kijken we dan niet alleen naar het gedrag, maar naar de functie ervan. Wat levert de leugen op? Bescherming? Aandacht? Controle? Uitstel van verantwoordelijkheid?
Bij iemand als Mark kunnen meerdere factoren meespelen. Bijvoorbeeld ADHD, waarbij impulsiviteit en gebrekkige remming zorgen voor snelle uitspraken zonder nadenken over de gevolgen. Ook bij bepaalde persoonlijkheidsproblematiek — zoals trekken van borderline of narcistische kwetsbaarheid — kan liegen voortkomen uit angst voor afwijzing of een sterke behoefte aan zelfbeeldbescherming.
Soms speelt een geschiedenis van onveilige hechting mee: iemand heeft geleerd dat relaties onvoorspelbaar zijn en probeert via verhalen grip te houden. In ernstigere gevallen kan sprake zijn van pseudologia fantastica: een patroon van dwangmatig en vaak fantasierijk liegen, waarbij de grens tussen werkelijkheid en zelfgecreëerd verhaal vervaagt.
Psychiatrisch gezien is het belangrijk om onderscheid te maken tussen kwaadaardige manipulatie en ontregelde coping. Niet elke leugenaar is een bedrieger; soms is hij vooral iemand die nooit gezonde alternatieven heeft geleerd.
De puberteit: het beslissende venster
Juist daarom is de puberteit zo cruciaal. In die fase worden identiteit en copingstrategieën gevormd. Een jongere die leert dat eerlijkheid veilig kan zijn, ontwikkelt iets fundamenteels: vertrouwen in zichzelf én in de relatie met de ander.
Als een puber voortdurend liegt, is de vraag niet alleen: “Waarom doe je dit?” maar vooral: “Wat probeer je hiermee te voorkomen?”
Straf alleen werkt zelden. Wie vanwege liegen uitsluitend wordt bestraft, leert daardoor vaak vooral beter liegen. Effectiever is het combineren van duidelijke grenzen met emotionele veiligheid. Consequenties moeten helder zijn, maar zonder vernedering. Een jongere moet ervaren dat de waarheid ongemakkelijk mag zijn zonder dat zijn hele waarde als persoon wordt afgewezen.
Therapeutisch kan cognitieve gedragstherapie helpen om automatische patronen zichtbaar te maken. Bij ADHD kan behandeling met structuur, coaching en soms medicatie helpen om impulscontrole te verbeteren. Gezinstherapie is vaak waardevol wanneer het patroon ingebed is in de relationele dynamiek thuis.
Gevaren op de loer
De grootste schade van chronisch liegen is niet de afzonderlijke leugen, maar het verlies van geloofwaardigheid. Vertrouwen werkt als een spaarrekening: jarenlang opgebouwd, in korte tijd leeg.
Voor iemand als Mark betekent dat dat hij langzaam sociaal krediet verliest. Werkgevers twijfelen, partners raken emotioneel uitgeput, vrienden haken af. Uiteindelijk ontstaat een tragische cirkel: omdat niemand hem vertrouwt, voelt hij zich miskend — en uit die spanning liegt hij opnieuw.
Ook intern is de prijs hoog. Wie voortdurend verhalen moet beheren, raakt vervreemd van zichzelf. Identiteit wordt diffuus. Men weet niet meer goed wie men werkelijk is buiten de versie die men steeds presenteert.
Coping, beperkingen en mogelijkheden
De eerste stap naar verandering is niet stoppen met liegen, maar herkennen wanneer de impuls ontstaat. Het moment tussen spanning en reactie moet zichtbaar worden. Dáár zit de keuzevrijheid.
Een helpende copingstrategie is radicale eenvoud: korte, eerlijke antwoorden zonder decoratie. “Ik ben het vergeten.” “Ik had er geen zin in.” “Ik schaamde me.” Die zinnen voelen kwetsbaar, maar zijn psychologisch bevrijdend.
De beperking is dat verandering langzaam gaat. Mensen vergeven gedrag pas nadat zij langdurig consistent ander gedrag zien. Iemand met een reputatie van onbetrouwbaarheid krijgt geen snelle reset.
Maar de mogelijkheid blijft bestaan. Juist omdat liegen vaak aangeleerd gedrag is, kan eerlijkheid ook geoefend worden.
Niet perfect, niet ineens — maar stap voor stap.
Want uiteindelijk is de waarheid niet alleen een morele plicht tegenover anderen. Ze is ook een vorm van innerlijke rust. Wie niet langer hoeft te onthouden tegen wie hij wat heeft gezegd, krijgt iets zeldzaams terug: zichzelf.
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 223 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

2 Reacties
De mens is evolutionair zo succesvol omdat we kunnen liegen. Dieren kunnen dat niet. Cynisch, maar waar. Als de Spanjaarden tegen de Indianen de waarheid hadden verteld over hun snode bedoelingen waren ze nooit zo vriendelijk ontvangen.
Prettig kennis met je te maken beste JOSIANE VAN ESCH.
Ik ben Marinus, die ongeveer wel zegt wat ie bedoeld en hoopt dat ik wordt geaccepteerd, net zoals ik jou columns accepteren zal.
Elk decennium heeft z’n eigen hooligans maar ze hebben dat éne gemeen: ze geven geen reet om Nederland, de geschiedenis of joden.
Niets is erger dan je gelijk halen. Waar Job Cohen ging thee drinken in de moskee en het voetballen met de gelegde kransen wegwuifde, zijn de kut-mocro’s (toen mocht je ze nog kut-marokkanen noemen) geëvolueerd tot ‘jongeren’. Ongezien van de islamitische persuasie.
Femke Halsema heeft het er maar moeilijk mee. Of niet natuurlijk, je kunt net zo makkelijk de andere kant uitkijken. Cohen deed het ook dus waarom zou een vrouw wél optreden?
Zo simpel. Omdat een volk dat voor tirannen zwicht, meer dan lijft en goed verliest. Nog even en het licht door. En Femke zag dat het goed was. Net als Job. En de rest van de Stopera.
Wanneer is het genoeg?
Prettige voortzetting van deze dag.