“Krook, je bent veel te somber!” zegt hij, “Cannot be that bad! Zo erg is het toch niet zoals jij het noemt? Laten we ter plaatse eens gaan kijken. Dan zul je zien dat je een zwartkijker was.” Vriend is niet overtuigd door mijn relaas in de column ‘Welkom in claustrofobia.”
“Wie weet heb jij gelijk, ben ik een zwartkijker, dus laten we maar ter plaatse eens gaan kijken.”
We wandelen op ons gemak langs de best wel drukbezette parkeerplaats naast wooncomplex De Schuurhof. Bij één van de woningen komt een nadrukkelijke walm van weed ons tegemoet. Er zit een manspersoon glazig voor zich uit te staren. Groeten heeft weinig zin, hij is in andere sferen. We komen bij de bouwplaats uit. Op de plek waar ooit een basisschool stond met rugdekking van De Wasserij, staat nu een rijtje woningen in aanbouw. Eenzelfde type woning zien we even verder voorbij de entree van GGZ Delfland.
Daar aangekomen zien we dat er flink wordt doorgewerkt. “Kijk dat worden waarschijnlijk voortuintjes”, zegt vriend voorbarig. Ik raad hem aan beter te kijken. “Damn, dat is een opstapstraatje van twee tegels breed. De rest wordt openbaar voetpad. Look. I say, no way! Dan is er aan deze zijde geen voortuintje. My God, twentieth century wartime housing. Ik dacht dat jij zei dat het de uitstraling moest krijgen van een tuindorp?”
Ik weet dat ik gelijk heb, maar wil hem het vooral zelf laten ervaren: “Kijk jij eens naar de entree? Wat valt jou op.”
Vriend is een Anglofiel: “Jesus, that is living hell! De entree is de keuken. Als je dat al zo mag noemen. Ik vind het meer een ruime opbergkast. Holy Moly!”
Ik stel voor dat we proberen te zien hoe het aan de achterzijde eruit ziet. We lopen de Jan Luykenstraat in.
“Oh my God! Ze hebben hier geen parking bij de bestaande bouw… Het staat hier overloaded met bouwmateriaal! Why the Hell? Mag dat zo maar?!”
We staan nu ter hoogte van de tuinen van die nieuwbouwwoninkjes. Nieuwsgierig naar de omvang van die achtertuinen.
“No way! Look! Er staan volwaardige schuurtjes. Zo te zien wel tweemaal zo groot als die keukentjes. Dat valt weer mee. Maar where the hell is de tuin?! Wait a minute! Wacht. Dat zal toch niet?! Look. Is that all there is?!?!? Man, het terrasje is de hele tuin. Drie afvalbakken en weg is het terras. Good heavens!”
Hij staat even aan de grond genageld van verbazing. Hij lijkt zijn eigen ogen niet te geloven. “You were right after all. Claustrophobia is the right name! Het doet mij denken aan my home when I was young, mijn vroegste jeugd, vlak na World War II gebouwd. In de tijd dat niemand iets had te besteden. Domweg gelukkig met niks waren mijn ouders. Dat moet nu niet meer kunnen, right?”
Ik geef hem knikkend gelijk: “Maar toch bouwen ze weer zoiets. Ze noemen dit sociale woningbouw en de bouwsocialist schijnt er nog trots op te zijn ook. Snap jij dat nou?”
“No. I don’t get it. Let’s go to the grand café. I need a drink”.
We lopen terug richting Kevin’s nog napratend over wat we zojuist gezien hebben. Vriend zegt: “Zou het de Vloek van het Klooster zijn? Je hoort dat wel meer, you know”. Ik weet dat hier het klooster stond, maar ik heb geen verstand van vervloekingen. Ik haal mijn schouders op al hoofdschuddend.
We betreden al snel het café en bestellen een borrel. De jongeman achter de bar had ons al zien lopen en de fles stond al klaar: “Gezondheid heren!”
We heffen ons glas: ‘Op onze escape from hell!”
Santjes!
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 375 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU
